Ze stuiterde op haar stoel, tegenover me aan tafel in mijn kantoor. “Ja, dat is precies wat ik ook altijd meemaak! Zo herkenbaar!”

Het was ons tweede coachgesprek. We spraken over haar persoonlijke overtuigingen. Die hebben we allemaal, tenslotte. Zowel stimulerende als belemmerende. En die laatste zitten je soms danig in de weg.

🎯 Belemmerende overtuigingen houden je af van dat wat je juist graag zou willen. En een overtuiging is iets anders dan een opvatting, of een mening; ze zijn diepgeworteld en sturen ons gedrag. Doen alsof we ze niet hebben werkt dus niet. Dat is onrealistische spierballentaal en leidt juist tot meer teleurstelling; “zie je wel dat ik niet goed genoeg ben, en het niet kan?” Beter is het om wat uit te zoomen om te bekijken hoe jouw overtuiging je gedrag beïnvloedt. Als je er bijvoorbeeld van overtuigd bent dat je iets niet kunt, zul je je op je werk waarschijnlijk stil houden als er gevraagd wordt om deelname of deskundigheid.

🎯 We werken met een 4-stappenmodel; stap 1 is je overtuiging benoemen. Daarna gaan we op zoek naar het gedrag dat je vertoont, de reactie van je omgeving op dat gedrag, en jouw eigen reactie op die omgeving. Als jij je stilhoudt als er gevraagd wordt naar specifieke deskundigheid, is het logisch dat jouw omgeving geen acht op je slaat. Je wordt niet opgemerkt, dus overgeslagen, en in de 4e en laatste stap is jouw reactie er waarschijnlijk een van “ze doen net of ik er niet ben, niemand vraagt mij, zie je wel dat ik niet goed genoeg ben”. Zo houd je je eigen belemmerende overtuiging in stand.

🎯 Beter is het om te kijken welk ánder gedrag je zou kunnen vertonen. Niet voorbijgaan aan jezelf of jezelf overschreeuwen, maar ander gedrag dat nog steeds bij jouw overtuiging past. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen “ik vind het wel spannend want ik weet niet zeker of ik het kan, maar zou het graag proberen”. Grote kans dat jouw omgeving daar best gehoor aan wil geven, en respect voor je heeft. En jouw reactie daar dan weer op? Dat is er waarschijnlijk eentje met een 😃 En je weet: Zo vormt zich langzaam een ander, nieuw patroon. Een andere overtuiging die post kan vatten. Die zou in dit voorbeeld misschien kunnen luiden: “Mensen zijn bereid mij een kans te geven”. Kijk, die schrijf je straks dan lekker bij in je lijstje stimulerende overtuigingen.

Ontwikkeling noemen we dat. En mijn stuiterende cliënt? Die is daar heel hard mee bezig!